Regina Esser, de vijfde dapper dame

Twee jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog ontving de 46-jarige wijkverpleegster Regina Esser op 18 juli 1947 uit handen van prinses Juliana de unieke Florence Nightingale Medaille. Wie was zij en waarom kreeg ze deze hoge onderscheiding?

Insigne met het Lotharings Kruis, symbool  TBC-bestrijding

Mej. Zuster R. M. Esser te Baarlo

Regina M. Esser (1901-1987) is geboren in het Gelderse Alem aan de Maas. In de katholieke familie Esser was een carrière in de verpleging gebruikelijk, want ook twee van haar broers – paters Redemptorisen – werkten in de psychiatrie. Hoewel niet bekend is in welk ziekenhuis Regina het verpleegstersdiploma haalde, moet het ergens in de jaren ‘30 haar geweest zijn. Ze haalde ook de kraamaantekening, wat haar later goed van pas zou komen. Na haar diplomering deed zuster Esser een vervolgopleiding aan de Rooms-Katholieke School voor Maatschappelijk Werk te Sittard. In augustus 1940 behaalde ze daar met vijftien religieuze zusters het diploma Huisbezoekster bij de Tuberculosebestrijding. Deze opleiding, georganiseerd door de Nederlandsche Centrale Vereeniging tot Bestrijding der Tuberculose, werd vooral gevolgd door wijkverpleegsters, die immers veel in aanraking kwamen met tuberculosepatiënten. Regina stond op de examenlijst vermeld als Mej. Zuster R. M. Esser te Baarlo.

Regina Esser met baby

Op een wrakke fiets door de mijnenvelden

Tussen 1943 en 1946 woonde Regina Esser in het Limburgse Nederweert, in die tijd een redelijk groot dorp met zo’n 7000 inwoners. Volgens overlevering was ze in die periode docente kraamverpleging en leidde ze meisjes op, waarschijnlijk tot kraamzorgverzorgster.

Bedankbriefje van een student aan zuster Esser

Tijdens de bevrijding van Nederweert in 1944 stagneerde de frontlinie en werd Nederweert in tweeën gesplitst. De westkant was eind september door de Engelsen bevrijd, maar het oostelijk deel – de dorpen Ospel, Eind en Leveroy – bleef tot eind november bezet door de Duitsers. Het tussenliggende gebied was niemandsland waar nog veel mensen in huizen en boerderijen woonden. Bewoners werden gedurende zes weken belaagd met bombardementen en zaten klem tussen vuurgevechten. Tot overmaat van ramp woonden de huisarts en vroedvrouw in het Britse gedeelte van het dorp, waardoor ze geen enkel contact met hun patiënten hadden. Zuster Esser, die beschikte over veel ervaring, nam hun taken zo goed en zo kwaad als het kon, over. Hoewel ze gewaarschuwd was voor de gevaren, weerhield dat haar er niet van om op een wrakke fiets op pad te gaan om hulp te verlenen. Met een tas vol verbandmiddelen en medicijnen, die ze kon afhalen bij het Groene Kruisgebouw in Ospel, riskeerde ze de gevaarlijk tocht in een gebied vol landmijnen. Ze verbond gewonde burgers en soldaten van wie de ledematen afgerukt waren, nadat ze op een projectiel hadden gestapt en hielp zeven zwangere vrouwen bij de bevalling. Als dat geen medaille waard is!

Zuster Esser bekijkt haar medaille. Links van haar Leintje Jobse, rechts Zuster Stephania

Een welverdiende beloning

Het is vanwege dit ongelofelijk dappere optreden dat Regina Esser voorgedragen werd voor de Florence Nightingale Medaille. Ze was als wijkverpleegster in dienst van het Groene Kruis, dat in 1947 op verzoek van het Rode Kruis naarstig op zoek was naar kandidaten voor de medaille. Of waren het misschien de huisarts en de vroedvrouw die haar hadden voorgedragen? Dat Regina Esser uitgekozen werd, was gezien haar staat van dienst niet verwonderlijk. Zelf kreeg ze het bericht op 12 mei 1947 te horen en op 2 juli ontving ze de brief met de officiële uitnodiging om op vrijdag 18 juli in het gebouw van de Pulchri Studio te ’s-Gravenhage de medaille in ontvangst te nemen uit handen van prinses Juliana. Of zuster Esser blij was met deze erkenning? Vast wel, maar voor haar was het een zware tijd, want ze was al sinds januari 1946 niet meer in staat om te werken. Ze was geestelijk zo geschokt door de gebeurtenissen die ze in relatief korte tijd had meegemaakt, dat ze een zenuwinzinking had gekregen en voor onbepaalde tijd absolute rust kreeg voorgeschreven van de huisarts.

Samen met vier andere kandidaten ontving Regina Esser uit handen van prinses Juliana de Florence Nightingale Medaille. Helaas was de burgemeester van Nederweert er niet bij wegens drukke werkzaamheden. Hij had zich afgemeld met de woorden: ‘als ik haar tegenkom, zal ik haar feliciteren’. Na de toespraak van de prinses, die uitvoerig het belang van de medaille benadrukte, kreeg Regina Esser hem als derde van de vijf heldinnen opgespeld.

Op bijgaande foto is te zien hoe de prinses hem opspeldt bij zuster Stephania, terwijl Regina het kleinood met trots bekijkt.

De Florence Nightingale van de Peel

De Florence Nightingale van de Peel

Nog geen maand na de feestelijke uitreiking van de medaille bezoekt een journalist van het Algemeen Dagblad Regina Esser. Hij treft haar aan in de pastorie van de Heilige Augustinus aan de Postjesweg in Amsterdam. Een van haar broers geeft haar daar onderdak, want Regina kan zichzelf niet meer onderhouden. Ze is sinds maart van dat jaar ontslagen bij het Groene Kruis en geen inkomsten meer. Regina leidt al anderhalf jaar een zwervend bestaan van het ene zorgzame familielid naar het andere. De journalist beschrijft Regina Esser als een vrouw met heldere ogen, een vriendelijk gezicht en licht grijzend haar. Ze komt op hem over als vriendelijk, bescheiden en met een schuchtere lach. Als hij vraagt hoe het met haar gaat, vertelt ze dat ze het liefst weer snel aan het werk zou gaan. Ze vertelt nog een keer wat ze allemaal heeft meegemaakt en hoe depressief ze uit deze ellendige periode is gekomen. Aan het eind van haar verhaal zegt ze verlegen: ‘schrijft u er naar niet te lang over, het is al zo lang geleden’.

De journalist vraagt haar nog of de overheid haar nog een toelage gaat geven, want ze is immers werkeloos en heeft geen pensioen. Regina hoopt dat de Stichting ’40-‘45 nog iets voor haar kan betekenen, maar ‘u weet hoe het gaat met al die ambtenarij, daar zit hier niet zoveel schot in’. De journalist vindt het een schande dat iemand met zo’n verleden afhankelijk is van liefdadigheid.

Direct na de publicatie van dit interview melden lezers van de krant zich bij de redactie en geven aan dat ze willen doneren voor zuster Esser. Op 14 augustus start het Algemeen Dagblad  de Actie Zuster Esser met gironummer 284800. Inmiddels is bekend geworden dat de Stichting ’40-’45 niets voor Regina Esser kan betekenen, ze ondersteunen alleen aanvragen van ondergrondse illegale activiteiten. Het Algemeen Dagblad is hier woedend over en verwijt de Stichting dat ze te krampachtig hun statuten naleven. Voor hen is het blijkbaar: ‘Exit zuster Esser!’. De krant laat de geldinzamelingsactie nog open tot 15 september.

Nog decennialang is verpleegkundige Regina Esser nog afhankelijk van haar familie, die haar met liefde opvangt. Haar laatste jaren verblijft ze in een bejaardentehuis in Eindhoven, waar ze in 1987 overlijdt.

Met dank aan Ans de Wijk, tante van Regina Esser, die foto’s van haar beschikbaar heeft gesteld.

Literatuur

  • Katholieke Gezondheidszorg (1940) p. 134.
  • ‘Florence Nightingale van Budschop en Ospel’ door Alfons Bruekers
  • ‘Vergeten heldin moet aankloppen bij haar familie. Zuster R. M. Esser: de Florence Nightingale van de Peel’ (Algemeen Dagblad, 12 augustus 1947)
  • ‘Actie voor Zuster Esser’ (Algemeen Dagblad, 14 augustus 1947)