Innovatieve zuster Stieltjes

Patiëntjes met wijkverpleegster Antje Stieltjes rechts achter

Verpleegkundigen zijn innovatief en vindingrijk. Flexibel als ze zijn zoeken ze voor elk probleem een passende oplossing. Meestal hoor je daar niet zoveel over in de pers. Een historisch uitzondering hierop is de uitvinding die wijkverpleegster Antje Stieltjes aan het eind van de 19de eeuw deed. De wijkverpleging als beroep stond nog maar net in de stijgers, maar Stieltjes gaf er een stevige impuls aan. Wat was er aan de hand?

Helaas, een verjaardagspartijtje

In 1898 vond in ‘s Gravenhage de Nationale Tentoon­stel­ling van Vrouwenar­beid plaats. Dit evenement werd georga­ni­seerd in navolging van soortge­lijke mani­festa­ties in Chicago, Brussel en Kopenha­gen. De tentoonstel­ling was bedoeld om te laten zien op welke terrei­nen de Neder­landse vrouw anno 1898 werkzaam was. De historische betekenis van de tentoonstelling was groot, want de zg. ‘vrouwenzaak’ kwam hierdoor maandenlang volop in de belangstelling te staan. Tijdens de tentoonstelling was er veel aandacht voor de ziekenverpleging, een belangrijk opkomend beroep. Zo was er een twee­daags con­gres op 1 en 2 september met lezin­gen over de zieken­verple­ging in algemene ziekenhui­zen, over de wijkver­ple­ging en over de eerste hulp bij onge­lukken. Omdat adjunct-directrice Anna Reynvaan zich had afgemeld -ze moest een verjaardagspartijtje organiseren- hield dr. J. Kui­per, direc­teur van het Wilhelmi­nagasthuis te Amsterdam, de openingslezing, waarin hij vrouwen opriep zich aan het ‘schone werk’ van de ziekenverple­ging te wijden.

Zilveren medaille met inscriptie in houten doosje, 1898 (coll. FNI)

Een verpleegkundige uitvinding

Er was ook een tentoonstelling over ziekenverpleging met tal van objecten, foto’s en reclamemateriaal. De ster van deze tentoonstelling werd zuster Antje Stieltjes met de uitvinding van de eeuw: het Werkmansverband. Deze creatieve zuster, wijkver­pleegster van de Protestantenbond in Deven­ter,  had een nieuw verband bedacht voor patiënten met eczeem, een nare aandoening waar vooral arbeiders veel last van hadden. Het Werkmansver­band was zo inge­nieus geconstrueerd dat een patiënt, die er mee verbonden was, gewoon ermee aan het werk kon. Het hoefde niet meer, zoals eerder, elke dag verschoond te worden. Zuster Stiel­tjes’ uit­vinding werd alom geroemd, ook door medi­ci. Ze had bovendien nog een speciale tas inge­stuurd, waarin alles zat wat een wijkverpleegster bij de verpleging van arme zieken nodig had. De tas had een dubbele bodem met ringen waarin zalfpotjes en flesjes stonden. Bovendien was er ruimte voor allerlei scheurlinnen, nodig voor het aanleggen van verbanden. De inzending van zuster Stieltjes bracht menigeen in verrukking en na sluiting van de Natio­nale Tentoon­stelling van Vrou­wen­arbeid kreeg deze vindingrijke wijkverpleeg­ster een konink­lijke onder­schei­ding in de vorm van een zware zilveren medaille in houten doosje. Haar naam stond erin gegraveerd.

Een Duits popje

Om het Werkmansverband te laten zien had zuster Stieltjes een popje gekocht en verbonden met het verband. Op de tentoonstelling kon je het bewonderen in de vitrine. Wat was dat eigenlijk voor soort popje dat Antje Stieltjes in 1898 gebruikte voor haar demonstratie? Het popje was van Duitse makelij. In de 19de eeuw stond Duitsland bekend om zijn speelgoedindustrie. Vooral in Thüringen waren tal van fabriekjes gevestigd die handgemaakt speelgoed, vooral poppen, produceerden. Er is trouwens nog steeds een speelgoedmuseum gevestigd. Het popje kwam uit de fabriek van Armand Marseille. Marseille was geboren in 1856 in St. Petersburg in Rusland en emigreerde in de jaren ’60 met zijn familie naar Duitsland. Daar kocht hij in Sonneberg een speelgoedfabriek, die zich vanaf 1885 specialiseerde in produceren van porseleinen poppenkopjes. De fabriek bleef tot ca. 1930 bestaan en produceerde op hoogtijdagen wel 1000 porseleinen kopjes per dag.

Taxatie van het popje

Toen ik als directeur van het museum het popje van zuster Stieltjes in handen kreeg, had ik geen idee van de afkomst. In 2008 heb ik Carita van Woerden, gespecialiseerd in poppen, gevraagd het popje te taxeren. Ze heeft het vervolgens heel voorzichtig uitgekleed en de kenmerken vastgelegd. De samenvatting van het taxatierapport is als volgt: “Het is een meisjespop met een porseleinen kopje. Ze heeft bruine slaapogen, een open mondje met vier tandjes boven. Het lijfje is ook geproduceerd door Marseille. Het materiaal van de romp is papier-maché. De armen zijn 3-ledig en gemaakt van papier-maché en hout, evenals de 2-ledige beentjes. De lengte van het popje is 32 cm, de pruik is van bruin mohair en de kleding is het ‘Werkmansverband’”.

Een bijzonder popje dus, gehuld in een bijzondere uitvinding van een wijkverpleegkundige.